Werk van Bilderdijk - Gedichten

Het vermaardst is Willem Bilderdijk door zijn gedichten. Zijn oeuvre zou minstens 300.000 versregels bedragen, en hij heeft alle genres en diverse versvormen beoefend. In zijn eigen tijd en lang daarna genoot hij binnen het hele Nederlandse taalgebied bekendheid als een groot woordkunstenaar.

Zijn carrière als dichter begon glansrijk in 1776, toen hij bij het Leidse genootschap Kunst Wordt Door Arbeid Verkreegen de gouden penning won voor zijn gedicht Invloed der dichtkunst op het staetsbestuur. Hierop volgde in korte tijd een reeks van eerbewijzen, toegekend door diverse letterkundige genootschappen. Prijzen ontving hij rond 1780 voor onder meer De waere liefde tot het vaderland, Onze voorvaderen, bij de oprechting van het gemeenebest, en voor een verhandeling over het verband tussen dichtkunst en wijsbegeerte.

In deze vroege jaren verscheen ook de vanwege de erotische inhoud spraakmakende bundel Mijn verlustiging (1779), met door hem zelf geëtste vignetten (Bilderdijks schetsen voor de vignetten zijn te bezichtigen in het museum).
Bilderdijk heeft overigens gedurende zijn hele leven liefdespoëzie geschreven. Zo verscheen in 1785 de bundel Bloemtjens; een fraai voorbeeld uit deze bundel is het gedicht Kusjens uit 1785.
Met het treurspel Edipus (1779) gaf Bilderdijk een vertolking van Sophocles' befaamde Oedipus.

Al deze vroege werken illustreren zijn talent en zelfstandigheid als dichter. Dat hij een classicistische versvorm bleef gebruiken terwijl hij in zijn esthetische theorie de romantiek leek te omhelzen, heeft tot de onvermijdelijke discussies geleid. Het laatste woord hierover is vermoedelijk nog lang niet gesproken. Op zijn minst kan worden gezegd dat hij onder aanvaarding van conventionele poëtische praktijken op eigengereide wijze voor het dichterschap meer ruimte opeiste en grotere variatie verlangde.

Bilderdijk publiceerde tijdens zijn leven de ene dichtbundel na de andere. Tot zijn oeuvre - dat vanwege de omvang hier onmogelijk in zijn geheel kan worden besproken - behoren onder meer een reeks nationale treurspelen, naast een keur aan fraaie leerdichten. Een bekend voorbeeld van dit laatste genre is het lijvige didactische gedicht De ziekte der geleerden (1807), naast de Kunst der poëzij (1809), de Geestenwareld (1811) en De dieren (1817).

Als zijn magnum opus geldt het onvoltooide heldendicht De ondergang der eerste wareld (1810). Dit groots opgezette maar helaas onvoltooide epische gedicht wordt vanwege de versificatie, de opzet en de inhoud als een van de meesterstukken van de Nederlandse poëzie beschouwd.

Meer weten over Bilderdijks gedichten?

  • Een interessante recente studie over Bilderdijks dichtkunst is Wie leert 't krekeltjen zijn lied? De poëtische oorspronkelijkheid van Willem Bilderdijk, een bundel geredigeerd door Piet Gerbrandy en Marinus van Hattum en met bijdragen van diverse gerenommeerde dichters, critici en wetenschappers (2000). Dit boek is te verkrijgen via het Bilderdijk Museum.

  • Zie voor een completer overzicht van de gedichten van Bilderdijk de catalogus van de gedrukte werken (Amsterdam 1994) in het museum.

  • Uitgegeven gedichten van Bilderdijk:

    Prijsverzen in Tael- en dichtlievende oefeningen (Leiden 1778) en Proeven van poëtische mengelstoffen VIII [1782], pp. 69-128
    Mijn verlustiging (Leiden, Amsterdam 1779)
    Bloemtjens (Amsterdam 1785)
    Vertoogen van Salomo (Amsterdam z.j. [1788])
    Mengelpoëzij, 2 dln. (Amsterdam 1799)
    Poëzij, 4 dln. (Amsterdam 1803-1807)
    Mengelingen, 4 dln. (Amsterdam 1804-1808)
    Vaderlandsche oranjezucht (Leipzig 1805)
    Nieuwe mengelingen 2 dln. (Amsterdam 1806)
    De ziekte der geleerden (Amsterdam, 's Gravenhage 1807)
    Odilde ('s Gravenhage 1808)
    Najaarsbladen 2 dln. ('s Gravenhage 1808-1809)
    Treurspelen 3 dln. ('s Gravenhage 1808-1809)
    Verspreide gedichten (Amsterdam 1809)
    Winterbloemen 2 dln. (Haarlem 1811)
    Hollands verlossing 2 dln. (Haarlem 1813-1814)
    Afodillen 2 dln. (Haarlem 1814)
    Nieuwe uitspruitsels (Rotterdam 1817)
    De dieren (Amsterdam 1817)
    Wit en rood 2 dln. (Rotterdam 1818)
    Nieuwe dichtschakeering 2 dln. (Rotterdam 1819)
    De ondergang der eerste wareld (Amsterdam 1820)
    Perzius hekeldichten (Rotterdam 1820)
    Zedelijke gispingen (Rotterdam 1820)
    Sprokkelingen (Rotterdam 1821)
    Krekelzangen 3 dln. (Rotterdam 1822-1823)
    Spreuken (Leiden 1823)
    Rotsgalmen 2 dln. (Leiden 1824)
    Navonkeling 2 dln. (Leiden 1826)
    Oprakeling (Dordrecht 1826)
    Nieuwe oprakeling (Dordrecht 1827)
    De voet in 't graf (Rotterdam 1827)
    Naklank (Dordrecht 1828)
    Vermaking (Rotterdam 1828)
    Avondschemering (Brussel 1828)
    Nieuwe vermaking (Rotterdam 1829)
    Schemerschijn (Gent 1829)
    Nasprokkeling (Brussel 1830)
    Nalezingen (Amsterdam 1833)
    Vaderlandsche uitboezemingen (Leiden 1834)

    Het grotere deel van de gedichten is verzameld in De dichtwerken van Bilderdijk 16 dln. (Haarlem 1856-1859)