Werk van Bilderdijk - Vertalingen

Bilderdijk heeft gedurende zijn hele leven veel proza en poëzie vertaald. Ook deze vertaalarbeid toont duidelijk de sporen van zijn eigenzinnige persoonlijkheid. Voor dichterlijke vrijheden schrok hij zelden terug, en hij schroomde niet om de werken die hij onderhanden nam van een soms zeer kritisch commentaar te voorzien.

Al vroeg manifesteerde zich een liefde voor de klassieke schrijvers. Bilderdijk schreef talrijke vertalingen en 'navolgingen' van Griekse en Latijnse dichters, waaronder Pindarus, Homerus, Anacreon, Callimachus, Horatius en Ovidius.
Hij vertaalde onder meer het boek Prediker (Vertoogen van Salomo, 1788), de Oedipus Coloneus van Sophocles (1789), een deel van Boëthius' Vertroosting der wijsbegeerte, alsmede (en naar eigen zeggen rechtstreeks uit het Perzisch) de elegische Treurzang van Ibn Doreid (1795).

Kritische opmerkingen verwerkte hij op eigengereide wijze in Het Buitenleven (uit 1803, een vertaling van l'Homme des champs van Jacques Delille), en De Mensch (1808, een vertaling van het Essay on Man van Alexander Pope). Bilderdijk presteerde het om alle teksten te vertalen (en dat waren er heel wat) die de gefingeerde Oud-Schotse bard Ossian zou hebben nagelaten.
In zijn latere jaren vertaalde hij diverse stichtelijke en theologische studies, waaronder de preken van de kerkvader Chrysostomus, maar ook boeken over vrijmetselarij en geestenkunde.

Meer weten over Bilderdijks vertalingen?

  • Zie voor een completer overzicht van de vertalingen en commentaren van Bilderdijk de catalogus van de gedrukte werken (Amsterdam 1994) in het museum.

  • Vertalingen van Bilderdijk:

    Sophocles, Edipus, koning van Thebe (Amsterdam 1779)
    Commentaar op Onno Zwier van Haren, De Geuzen 2 dln. (Amsterdam 1785)
    Tyrtaeus, Tyrtéus krijgszangen (Amsterdam 1787)
    Sophocles, De dood van Edipus (Amsterdam 1789)
    Abu Bekr Mohammed ibn al-Hasan, Treurzang van Ibn Doreid ('s Gravenhage 1795)
    Jacques Delille, Het buitenleven (Amsterdam 1803)
    Ossian, Fingal (Amsterdam 1805)
    Alexander Pope, De mensch (Amsterdam 1808)
    Callimachus, Lofzangen (Amsterdam 1808)
    Corneille, Cinna (Amsterdam 1809)
    Commentaar op Jacob van Maerlant, Spiegel historiael of rijmkroniek (Amsterdam z.j. [1812])
    Thomas Chalmers, Het bewijs en gezag der christelijke openbaring (Haarlem 1820)
    G.E. Dedekind, Proeve over de werking en invloed der geesten (Haarlem 1820)
    Hermann Daniel Hermes, Betrachtingen bij het ziekbedde (Haarlem 1820)
    F.W. Lindner, Mac-Benac, of het stellige der vrijmetselary (Leiden 1820)
    Commentaar op Pieter Cornelis Hooft, P.C. Hoofts gedichten (Leiden 1823)
    Commentaar op Cornelis Huyghens, C. Huygens Koren-bloemen (Leiden 1824-1825)
    Commentaar op Johannes Antonides van der Goes, Gedichten 3 dln. (Leiden 1827-1836)
    Henric Laurens Spieghel, H.L. Spieghels Hartspiegel (Amsterdam 1828)
    Sa'di, Spreuken en voorbeelden van Muslih Eddin Sadi (Rotterdam 1828)
    Ovidius, Proeve eener navolging van Ovidius Gedaanteverwisselingen (Amsterdam 1829)
    Johannes Chrysostomus, Redevoeringen des heiligen oudvaders Chrysostomus (Breda 1832)
    J.H. Merle d'Aubign‚, Kerkredenen (Amsterdam 1833)